Materialen zijn in het ontwerp niet gezien als een afwerking achteraf, maar als een wezenlijk onderdeel van de architectuur. Beton, staal, hout, glas en aluminium zijn zorgvuldig gecombineerd en ieder materiaal krijgt de ruimte om zijn eigen karakter te tonen.
De centrale betonnen kern vormt het robuuste hart van de nieuwbouw. De constructie blijft op verschillende plekken zichtbaar en maakt de draagstructuur onderdeel van de ruimtelijke beleving. In het trappenhuis krijgt het beton met een afwerking in beton ciré een verfijnde, bijna monolithische uitstraling.
Daartegenover staat de warmte van het hout. De Lignatur houten kanaalplaten zijn aan de onderzijde in het zicht gelaten, waardoor het materiaal niet alleen constructief, maar ook visueel en tactiel aanwezig is. De houten plafonds brengen warmte en ritme in de ruimten en vormen een natuurlijk tegenwicht voor het beton en staal.
Ook in de gevel ontstaat een gelaagd beeld door de combinatie van Alucobond, glas en hout. De transparantie van de vliesgevel staat naast de meer gesloten delen van de gevel, waardoor een afwisselend spel ontstaat tussen openheid en beschutting. De houten kozijnen en deuren voegen een menselijke en ambachtelijke schaal toe aan het geheel.
De materialisatie vertelt daarmee als het ware het verhaal van het gebouw: robuust waar dat nodig is, warm waar dat gewenst is en transparant waar verbinding centraal staat. De verschillende materialen zijn niet alleen gekozen om hun uitstraling, maar juist vanwege de manier waarop zij samen een aangename en karaktervolle werkomgeving creëren.
Ook duurzaamheid en comfort zijn vanaf de eerste ontwerpfase onderdeel van deze integrale benadering. De toepassing van een warmtepompsysteem voor verwarming en koeling draagt bij aan een toekomstgerichte gebouwinstallatie, terwijl de architectuur ruimte biedt aan een aangename werkomgeving met veel aandacht voor daglicht en verblijfskwaliteit.
Het resultaat is een uitbreiding die meer is dan een toevoeging van vierkante meters. Het is een nieuwe, eigentijdse identiteit voor het kantoor: een architectuur waarin constructie en materiaal zichtbaar mogen zijn, waarin oud en nieuw elkaar versterken en waarin de mens centraal staat.